Psychoplastogeen
Wat is een psychoplastogeen?
Een psychoplastogeen is elke stof die snel de groei van nieuwe neurale verbindingen bevordert — dendrieten, dendritische stekels en synapsen — doorgaans na een enkele toediening. De term werd in 2018 bedacht door onderzoeker David Olson aan de UC Davis.
Uitsplitsing van het woord:
- Psycho = geest
- Plasto = vormen/boetseren
- Gen = produceren
Letterlijk: "geest-vormende generatoren" — stoffen die structurele veranderingen in de hersenen genereren die samenhangen met psychologische verandering.
Waarom dit concept belangrijk is
De neuroplasticiteitsrevolutie
Traditionele antidepressiva (SSRI's) hebben 4-6 weken nodig om te werken en hebben bescheiden werkzaamheid. Psychoplastogeena vertegenwoordigen een potentiële paradigmaverschuiving — stoffen die snelle, robuuste structurele veranderingen in neuronen produceren die correleren met snelle gedrags- en stemmingsverbeteringen.
Voorbij subjectieve effecten
Het concept van het psychoplastogeen scheidt de structurele/therapeutische effecten van psychedelica van hun perceptuele/hallucinogene effecten. Dit heeft verreikende implicaties:
- Is het mogelijk een psychoplastogeen te creëren dat neuroplasticiteit bevordert zonder een psychedelische ervaring te produceren?
- Werkt microdoseren voornamelijk via het psychoplastogene mechanisme in plaats van de subjectieve ervaring?
- Kunnen niet-psychedelische verbindingen worden ontworpen die dezelfde structurele hersenvoordelen hebben?
De belangrijkste bevindingen van het Olson-lab
Het lab van David Olson aan UC Davis toonde aan dat:
- Meerdere psychedelica (DMT, LSD, psilocine, DOI) bevorderen snelle dendrietgroei en synapsevorming in corticale neuronen
- Deze structurele veranderingen zijn vergelijkbaar met of groter dan die geproduceerd door ketamine (een bekend snelwerkend antidepressivum)
- De effecten worden gemedieerd door 5-HT2A → TrkB → mTOR-signalering
- Niet-hallucinogene analogen kunnen worden ontworpen die de structurele effecten behouden — waarmee de deur wordt geopend naar psychoplastogeena zonder trips
Psychoplastogeena en microdoseren
De structurele hypothese
Een theorie over hoe microdoseren werkt:
- Sub-perceptuele doses activeren nog steeds 5-HT2A-receptoren
- Dit triggert de psychoplastogene signaleringscascade (zelfs als er geen perceptuele effecten optreden)
- Nieuwe dendrieten en synapsen vormen zich
- Deze structurele veranderingen produceren geleidelijke verbeteringen in stemming, cognitie en flexibiliteit
- Herhaald microdoseren versterkt deze structurele veranderingen over weken
Bewijs en beperkingen
- Dierstudies ondersteunen dat zelfs lage doses enige structurele veranderingen bevorderen
- Menselijk bewijs op microsdosis-niveaus is nog zeer beperkt
- Het is onduidelijk of het psychoplastogene effect op sub-perceptuele doses voldoende is om klinisch betekenisvolle veranderingen te produceren
- De relatie tussen structurele veranderingen en functionele/gedragsmatige verbeteringen is niet volledig in kaart gebracht
Bekende psychoplastogeena
| Stof | Klasse | Psychoactief? |
|---|---|---|
| Psilocybine/psilocine | Tryptamine-psychedelicum | Ja |
| LSD | Lysergamide-psychedelicum | Ja |
| DMT | Tryptamine-psychedelicum | Ja |
| DOI | Fenethylamine-psychedelicum | Ja |
| Ketamine | Dissociatief | Ja |
| MDMA | Empathogeen | Ja |
| Tabernanthalog (TBG) | Niet-hallucinogeen analoog | Minimaal |
| AAZ-A-154 | Ontworpen analoog | Nee |
De laatste twee vermeldingen zijn bijzonder veelbelovend — ze suggereren dat het mogelijk is neuroplasticiteit te ontkoppelen van hallucinatie.
Het grotere geheel
Het concept van het psychoplastogeen verbindt microdoseren met de bredere grens van neuropsychiatrische geneeskunde:
- Depressie = verlies van synaptische dichtheid in de prefrontale cortex → psychoplastogeena herstellen dit
- PTSS = rigide angstgeheugens → psychoplastogeena kunnen helpen deze te herprogrammeren
- Verslaving = ingesleten neurale circuits → psychoplastogeena kunnen helpen nieuwe te vormen
- Cognitieve achteruitgang = verlies van neurale verbindingen → psychoplastogeena kunnen dit tegengaan